zondag 17 oktober 2010

Zaal 7

Om er voor te zorgen dat onze economie stabiel blijft hebben we ook een stabiele munt nodig.

Hoe dat precies in zijn werk zal ons duidelijk gemaakt worden in zaal 7. “Een stabiele munt: waarom?”

is de titel van deze zaal. Eerst moeten we de 3 functies van een munt te weten komen.

Ten eerste is het een ruilmiddel, een middel waarmee twee partijen goederen en diensten kunnen uitwisselen.

Vervolgens kunnen het ook zien als een rekeneenheid waarmee je de waarde van verschillende

goederen en diensten kunt vergelijken: het is de standaard waarmee je de prijs van die goederen en diensten uitdrukt.

Ten slotte is het een waardereserve, die je gebruikt om te sparen en om aan anderen te lenen.

Een munt moet stabiel zijn om die functies goed te vervullen. Kunt u zich een meeteenheid voorstellen die sterk

fluctueert in de tijd? Een waardereserve die wegsmelt? Toch kunnen deze situaties voorvallen: men spreekt

dan van inflatie (stijging van de prijzen) of, omgekeerd, deflatie (algemene prijsdaling). Inflatie en deflatie zijn

ziekteverschijnselen van de munt, die de gezondheid van de economie schade toebrengen.

Zaal 8

Hoe we een munt stabiel kunnen houden zien we in zaal 8 met als titel: “Een stabiele munt: hoe?”.

We hebben het net al even gehad over inflatie en deflatie, de virussen voor een gezonde economie.

Eén van de belangrijke taken van de NBB, als lid van het Eurosysteem, is er voor zorgen dat deze virussen

de economie niet schaden. Het Eurosysteem zelf is de hoedster van de prijsstabiliteit in de eurozone.

Het kan die prijsstabiliteit niet rechtstreeks controleren, maar het kan wel een effectieve remedie toedienen

door de rentevoet verstandig te doseren. Als inflatie en deflatie dreigen, kan de centrale bank optreden door

de rente op de leningen die ze aan de commerciële banken verstrekt, op te trekken of te laten dalen.

Afhankelijk van de opwaartse of neerwaartse bijstelling van de rente zullen particulieren en ondernemingen geneigd

zijn om meer of minder te consumeren of te sparen. Dat consumentengedrag zal op zijn beurt invloed

hebben op het economische leven en op de evolutie van de prijzen.

Zaal 9

Zaal 9 vond ik persoonlijk de minst interessante zaal. Hier ging het over aandelen, beurzen en wisselkoersen. “Een doodgewone markt?” wordt deze zaal genoemd. Veel doodgewoon vind ik er niet aan. In deze zaal kan je op verschillende computer en tv schermen de evolutie zien van verschillende markten in real time.

Zaal 10 en 11

In zaal 10 en 11 wordt de aanloop naar de eenheidsmunt, de euro aangetoond.

Ik zal de geschiedenis vanaf 1945 tot 2009 kort illustreren. Vanaf 1944 bestond er een

samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg (BENELUX).

· 1950: Verklaring van Schuman (Franse minister van Buitenlandse Zaken)

o 9 mei vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog besloten Duitsland en Frankrijk

samen te werken. Kort daarop sluiten de BENELUX landen en Italië zich bij hen.

Ze tekenden op 18 april 1951 het verdrag dat de Europesen Gemeenschap voor

Kolen en Staal opricht en vormen samen het Europa van Zes.

· 1957: Verdragen van Rome

o 25 maart tekenen de zes landen van het “Kleine Europa” de twee Verdragen van Rome

waarin staat.

- Euratom: gemeenschappelijke productie van atoomenergie

- Gemeenschappelijke markt voor vrij verkeer van producten uit alle sectoren

van de economie en dit door:

§ Douane op te heffen

§ Identieke invoerrechten

§ Vrije verkeer te garanderen

§ Consument beschermen van monopolievorming

§ Economische, sociale, monetaire en fiscale beleid te controleren

§ Gemeenschappelijk economisch beleid op te zetten

· 1970: Plan van Werner (toenmalige eerste minister van Luxemburg)

o Zijn werkgroep stelt het volgende voor:

ü Totale en onomkeerbare inwisselbaarheid van de munten

ü Wegwerken van de schommelingsmarges van de wisselkoersen

ü Onherroepelijk vaste wisselkoersen

ü Centralisatie van het monetair beleid en het krediet

ü Eenmaking van het beleid in verband met de kapitaalmarkten

ü Gemeenschappelijke beslissingen m.b.t. de openbare begrotingen

De werkgroep pleit ook voor een gemeenschappelijk stelsel van centrale banken.

· 1979: Het Europees Muntstelsel

o Onder impuls van Duitsland en Frankrijk en met belangrijke bijdrage van de

Belg Jacques van Ypersele de Strihou (voorzitter van het Monetair Comité van

de EEG) wordt op de top van Brussel van 5 en 6 december 1978 besloten het

Europees Muntstelsel (EMS) op te richten.

o Het EMS gaat in 1979 van start en beoogt vooral:

- Stabiliteit van de onderlinge wisselkoersen

- Solidariteit tussen de deelnemende landen door onderlinge kredietverlening

- Creatie van de ECU (European Currency Unit)

§ Een “korf” van Europese munten, waarvan de samenstelling

werd bepaald door het aandeel dat elke lidstaat had in de productie

en de handel binnen de Gemeenschap. Deze samenstelling lag vast

maar kon indien nodig aangepast worden.

· 1986: De Europese Akte

o In februari ondertekenen de EEG-lidstaten de Europese Akte.

Met dit verdrag willen ze de verdere uitbouw van de Gemeenschap stimuleren.

- De voltooiing van een grote interne markt met vrij verkeer van personen,

goederen, diensten en kapitaal.

- Institutionele verbeteringen zoals bijkomende bevoegdheden voor Commissie

en Parlement.

- Nauwer samenwerken inzake het buitenlandse beleid.

· 1989: Het verslag-Delors

o Het verslag-Delors van april 1989 stelt voor de Economische en Monetaire Unie

in drie fasen te verwezenlijken:

- 1990-1993: voorbereiding van de eenheidsmarkt en het Verdrag van Maastricht

§ Bepaalt de invoering van een economische en monetaire unie en werd

ondertekent op 7 februari 1992.

- 1994-1998: oprichting van het Europees Monetair Instituut, convergentie van

de economieën en verhoogde samenwerking op het monetaire vlak.

§ Het EMI gaat op 1 januari 1994 van start in Frankfurt.

§ Op de Top van Madrid van 15 en 16 december 1995 beslissen

de staats- en regeringsleiders dat de eenheidsmunt euro zal heten.

§ Van 1 tot 3 mei 1998 kiezen de staats- en regeringsleiders op

de Top van Brussel welke landen deel mogen nemen aan het Eurosysteem.

Dit zijn 11 landen in totaal.

- 1999: invoering van de Europese eenheidsmunt.

· 2001: Griekenland voert in januari 2001 de euro in en wordt daarmee het 12de euroland.

· 2002: Op 1 januari verschijnen de euromunten en –biljetten en wordt de Belgische frank ingetrokken.

· 2004: In mei treden 10 nieuwe landen tot de EU toe.

· 2007: Slovenië treedt als eerste Centraal-Europese land toe en wordt daarmee het 13de euroland.

· 2008: Cyprus en Malta worden het 14de en 15de euroland.

· 2009: Slowakije treedt als eerste Oost-Europese land toe tot het eurogebied.

Zaal 12

De Nationale Bank België levert verschillende diensten aan de banken.

Zij staat met name in voor de organisatie van interbancaire betalingen.

Het merendeel van de betalingen verlopen vandaag giraal (overschrijvingen, cheques)

of elektronisch (bancontact, proton). De taken van de Nationale Bank worden

beschreven in zaal 12.


1. Biljetten en munten

De NNB drukt de biljetten; de munten worden geslagen door de Koninklijke Munt

van België, een afdeling van de Federale Overheidsdienst Financiën. Zowel munten

als biljetten worden in omloop gebracht door de Nationale Bank. In de Europese

context wordt het uitgifterecht gedeeld tussen de Europese Centrale Bank en de

centrale banken van het eurogebied. Het geld circuleert. Om onze aankopen te betalen,

halen we geld van onze bankrekening. De handelaar bij wie we ons geld uitgeven,

stort het op zijn beurt op zijn bankrekening. Het is dus niet de Nationale Bank die

beslist hoeveel munten of biljetten er moeten worden uitgegeven. Dat wordt bepaald

door het publiek, dat meer of minder geld komt afhalen, afhankelijk van de persoonlijke

behoeften en uiteraard ook afhankelijk van de beschikbare middelen.

Alle banken vragen een voorraad munten en biljetten aan de Nationale Bank en geven

ze terug als ze er te veel hebben. Elk biljet dat bij de NB terugkomt wordt onderworpen

aan een strikte kwaliteitscontrole. Als het vuil of beschadigd is, wordt het vernietigd en

vervangen.


2. Monetaire beleid

Elke centrale bank waakt erover dat de koopkracht van de munt die ze uitgeeft,

gevrijwaard blijft. Ze probeert met andere woorden een algemene prijsstijging (inflatie)

of prijsdaling (deflatie) te voorkomen. De stijging of daling van de prijs moet in de buurt

blijven van 2%. Prijsstabiliteit draagt immers bij tot de duurzame groei van de economische activiteit. De centrale bank oefent geen rechtstreekse invloed uit op de prijzen,

maar wel op de kortetermijnrente. Om het publiek de biljetten te kunnen geven die het

vraagt, moeten de commerciële banken immers lenen bij de centrale bank.

Als de centrale bank haar rentevoet aanpast, zullen de commerciële banken hun eigen

klantentarieven hieraan aanpassen.


3. Dienstverlening aan het financiewezen

De centrale bank is de draaischijf van de financiële sector. De NB heeft, net als de meeste

centrale banken, een aantal diensten ontwikkeld voor de banken. Het is in die zin dat het

interbancaire betalingen organiseert.

Naast de organisatie van interbancaire betalingen staat de NB ook in voor de stabiliteit

van het financiële systeem in zijn geheel. Uiteindelijk treedt zij hier op als

“bank der banken” door kredieten te verlenen aan financiële instellingen.

Alles centrale banken hebben twee hoofdtaken: prijsstabiliteit en financiële stabiliteit

verzekeren.


4. Dienstverlening aan de Staat

Als tegenprestatie voor het voorrecht om biljetten te mogen uitgeven,

verleent de NB kosteloos een aantal diensten aan de federale overheid.

Zij vervult meer bepaald de taak van Rijkskassier. De staat beschikt over een rekening

bij de Nationale Bank waarop zijn inkomsten en uitgaven worden gecentraliseerd.

De inkomsten bestaan hoofdzakelijk uit fiscale ontvangsten en de opbrengsten uit leningen.

Op het vlak van de uitgaven worden betalingen uitgevoerd door de Nationale Bank voor

rekening van de Federale Overheidsdienst Financiën. Het gaat dan vooral over de

terugbetaling van staatleningen en de betaling van de daaraan verbonden interesten.

In tegenstelling tot vroeger verleent de Bank geen kredieten meer aan de overheid.


5. Economische en financiële informatie

Elk jaar worden meer dan 300.000 jaarrekeningen van in België gevestigde

ondernemingen neergelegd bij de Balanscentrale. Op de website van de NBB

kan iedereen gratis de jaarrekeningen die tijdens de voorbije vijf jaren en het

lopende jaar werden neergelegd bij de NBB online raadplegen. Op die manier kan

iedereen de gezondheid van zijn eigen onderneming, van een concurrerende onderneming

of van een economische sector in het bijzonder nagaan.


6. Internationale samenwerking

De NB doet ook actief aan internationale samenwerking. Ze is tenslotte de

monetaire autoriteit en lid van het Eurosysteem. In internationale financiële

instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Bank voor Economische

Samenwerking en Ontwikkeling werkt zij nauw samen om het internationale monetaire en

financiële systeem stabiel te houden.

Zaal 13 Neen 14

Zaal 14, ja geen zaal 13 iedereen kan wel raden waarom.

Ik veronderstel dat deze zaal er niet is omdat 13 een ongeluksgetal is.

Zaal 14 is ook geen zaal maar de informatie voor deze “zaal” wordt in

de gang tentoongesteld. De koopkracht door de jaren heen geeft ons een

beeld van de prijzen voor verschillende goederen vanaf de Eerste Wereldoorlog.

Van 1831 tot 1913 kende de Belgische economie geen inflatie. De prijzen van de

consumptiegoederen bleven toen opmerkelijk stabiel. In 1914 veroorzaakte het

uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een economische crisis die een spectaculaire

stijging van de prijzen meebracht. Die stijging van de prijzen betekent echter niet dat de

koopkracht van de werknemer is gedaald: de stijging van het gemiddelde inkomen

heeft die van de prijzen ruimschoots gecompenseerd.

Zaal 15

In de laatste zaal, werd vooral aandacht besteed aan het morele aspect van geld.

Geld neemt in onze cultuur en onze verbeelding een bijzondere plaats in.

Wat het meest opvalt in de fantasiebeelden rond het thema geld, is zeker de

dubbelzinnigheid ervan: geld is tegelijk nuttig en wenselijk, maar ook gevaarlijk

en veracht. In het Westen komen mensen luxegoederen om te laten zien hoe rijk

ze zijn. Ook in andere culturen lopen de mensen graag met hun rijkdom te koop.

Soms worden betaalmiddelen gedragen als juwelen, zoals de Afrikaanse

kaurischelpenkettingen. Toch rust er een taboe op geld: niemand zegt graag hoeveel

hij verdient. Psychoanalisten vergelijken geld soms met uitwerpselen…

Geld: een vat vol tegenstrijdigheden. Je kan er niet zonder en hebt het nodig om

alle mogelijke dingen te kopen. En toch heeft geld op zich geen enkele waarde:

op een onbewoond eiland ben je er niets mee. Het brengt criminaliteit en corruptie

met zich mee. Maar in oorsprong is het een middel om commerciële en andere betrekkingen

tussen mensen te bevorderen.

Met dit in ons achterhoofd wil ik dit hoofdstuk uit mijn blog eindigen met de volgende foto: